Grijper

ontmoeting met een onbekende

Mijn collega Okach had mij uitgenodigd om mee te lopen om mijn eigen wijk eens op een andere manier te beleven. De afspraak was voor de deur van een daklozenopvang naast de Hofpleinlijn en het gesprek was niet helemaal toevallig maar wel onverwacht en interessant. Robert stond te wachten op de rest van de groep en de vuilniszakken en grijpers die we voor deze wandeling nodig hadden.

Nadat iedereen voorzien was van een vuilniszak in houder en een grijpertje begonnen we onze wandeling.

Vuilrapend kwam het gesprek met Robert op gang. Hij kwam uit de Middellandbuurt en was organisator van een aantal flink aantal wijkinitiatieven aldaar. Toen hij in gevangenis De Schie werkte bemerkte hij dat er een patroon was voor de daklozen die door, al dan niet winterse, omstandigheden daar terechtkwamen. Vaak aangehouden op grond van kleinere vergrijpen kwamen deze mensen binnen in de winter. In de Schie kregen ze de (hoog)nodige voeding, regelmaat en eventueel andere (tand)verzorging en zag hij ze aansterken om vervolgens ergens in maart vrij gelaten te worden. Zondere enige verdere begeleiding kwamen ze met een volle blauwe vuilniszak weer op straat terecht. Alle regelmaat, voeding, warme slaapplek of andere voorziening vielen weg, ze waren weer terug bij “af”.

Pogingen van Robert om dit patroon aanhangig te maken en te doorbreken liepen op niets uit en uiteindelijk veranderde hij van werkgever. Hij richtte het sociale initiatief cleanup-Rotterdam op: een sociaal initiatief in Rotterdam Middelland Delfshaven, gericht op een schone sociale wijk waar iedereen thuis hoort. Met de kwetsbare medemens in het vizier bouwt hij nu, samen met buurtgenoten, aan een betere omgeving.

Het tempo van rapen was vrij hoog en al snel was mijn eerste vuilniszak vol. Deze dumpten we in de straatcontainer die dicht in de buurt stond en er werd een nieuwe zak opgespannen.

De andere heren van de groep waren zwaar geroutineerd in het grijpen. Ik kreeg ondertussen wat kramp in mijn arm van het grijpertje en de vuilniszak werd al heel snel zwaarder en zwaarder. Mijn collega constateerde en sprak over dezelfde verkramping in beide  armen.

De heren waren van het doorpakken en niet perse van het kletsen-terwijl-je-werkt, maar uit mijn korte uitwisseling met twee van de drie begreep ik dat ze allemaal een achtergrond met veel dak- of thuisloosheid hadden, blij waren dat ze nu weer wat konden betekenen en iets meer verbinding hadden met instanties en mensen in Middelland en nu dan ook in Noord.

Na anderhalf uur is de laatste vuilniszak in de container gedaan en heb ik afscheid genomen met uitreiking van een tisvanzelfsprekend-speldje aan Robert met benodigde uitleg en met de belofte dat de heren er de volgende keer 1 krijgen – ik mag dus zeker terug.

Liesbeth